Dit voorspelde Buffet in 1999
Beste lezer,
We schrijven het jaar 1999, de maand is november. Beleggers zijn in euforische stemming. Niet verwonderlijk, de vijf voorgaande jaren hebben ieder meer dan 20% rendement op de beurs opgeleverd.
Nieuwe beleggers verwachtten voor het komende decennium jaarlijkse rendementen van meer dan 22%. Maar zelfs beleggers met zo’n 20 jaar ervaring op de beurs zijn optimistisch: zij verwachtten een jaarlijks rendement van circa 13 procent voor het komende decennium.
Buffett waarschuwde toen reeds dat de verwachtingen veel te hoog gespannen waren. Hijzelf rekende op veel lagere rendementen en zag de voorgaande twee decennia eerder als uitzonderlijk dan als de norm. Velen beschouwden Buffett - en zijn value-beleggen strategie - als een achterhaalde, ouderwetse benadering. Achteraf bezien hadden velen beter wat meer aandacht voor de uitspraken van Buffett gehad. Dit had hen namelijk heel wat geld bespaart…
Het betreffende artikel, verschenen op 22 november 1999 in het zakenblad Fortune, treft u via onderstaande link aan. Heeft u dit weekend nog 10 minuten over dan raad ik u zeker aan deze tekst eens door te lezen:
http://money.cnn.com/magazines/fortune/fortune_archive/1999/11/22/269071/index.htm
Buffett beschouwt in dit artikel de voorgaande periode van 34 jaar en maakt hierbij een onderscheid van twee periodes van elk 17 jaar.
1964-1981
In de eerste periode, van 1964 tot 1981, ontwikkelde de Amerikaanse economie zich vrij voorspoedig met een groei van 370%. Ondanks deze forse economische groei behaalden beleggers weinig rendement: in 1964 noteerde de Dow Jones 874,12 punten, 17 jaar later bedroeg de slotstand 875 punten…
De verklaring voor het uiterst minimale rendement is tweeledig. Allereerst gold dat de rente tussen 1964 en 1981 van 4 tot boven de 15% opliep. Een hogere rente maakt in de toekomst te ontvangen geld - en dus ook toekomstige bedrijfswinsten - minder waardevol.
Ten tweede waren de winstmarges van bedrijven begin jaren 80 erg laag, waardoor de waarderingen op het eerste gezicht hoger leken dan ze eigenlijk waren. Beleggers zijn geneigd het recente verleden naar de toekomst te extrapoleren en hadden hun vertrouwen in aandelen vrijwel geheel verloren.
1981-1998
In de tweede periode van 17 jaar was ’slechts’ sprake van een verdrievoudiging van de Amerikaanse economie. Toch kon de Dow Jones in deze tijd vertienvoudigen, van een niveau van 875 punten in 1981 tot 9181 punten eind 1998.
De verklaring ligt in een sterk gedaalde rente, winstmarges die van onderin hun historische bandbreedte naar een hoog niveau tendeerden en beleggers die deze gebeurtenissen wederom naar de verre toekomst extrapoleerden. En zoals aangeven, zelfs zeer ervaren beleggers maakten zich hieraan schuldig.
Wiskundige onmogelijkheid
Op langere termijn bezien geldt dat aandelenbeurzen de ontwikkeling van de som der bedrijfswinsten opvolgen. De winstmarges in een vrije markteconomie tenderen doorgaande naar een gemiddelde van zeg 3 tot 6%. Hoge winstmarges zijn voor bedrijven aanleiding hun productie op te voeren en trekt eveneens concurrentie aan. Na verloop van tijd dalen de winstmarges hierdoor vanzelf weer.
Eind 1999 waren de winstmarges relatief hoog, evenals de waarderingen. Dat beleggers op dat moment langjarige rendementen verwachten van 13% - laat staan 22% - bij een beperkt groeiende economie was daarmee eigenlijk een wiskundige onmogelijkheid.
Verwachting Buffett eind 1999
Buffett was eind 1999 heel wat pessimistischer dan de rest van de beleggerwereld. Hij rekende voor de komende 17 op 1999 volgende jaren op een reëel rendement van een procent of vier per jaar. Een verwachting die heel wat meer aansluit bij langjarige beursrendementen, die nominaal een procent of zes bedragen, en - gecorrigeerd voor inflatie - beleggers reëel een procent of vier per jaar opleveren.
Ondanks de al sombere voorspellingen van Buffett in 1999 hebben de beurzen het sindsdien nog slechter gedaan. De S&P 500, de belangrijkste Amerikaanse beursgraadmeter, verloor gemiddeld 5% per jaar. En, net als begin jaren ‘80, zien veel beleggers het nu niet meer zitten met de beurs…
Waar veel beleggers eind jaren ‘90 veel te optimistisch waren, geldt nu dat beleggers hun pessimisme naar de verre toekomst doorvertalen. En opnieuw verschijnt een ingezonden brief van Buffett, dit keer in de New York Times: volgens Buffett zijn beleggers momenteel zeer pessimistisch hetgeen volgens hem kansen biedt om juist nu kwaliteitsaandelen in portefeuille op te nemen. Indien u zijn ingezonden brief nog niet gelezen heeft: onderstaand kunt u de link naar de brief vinden.
http://www.nytimes.com/2008/10/17/opinion/17buffett.html?_r=1
Met vriendelijke groet,
Hendrik Oude Nijhuis
P.S.: Denkt u ook dat Buffett wellicht opnieuw het gelijk aan zijn kant zal hebben én bent u op zoek naar enkele interessante - en aantrekkelijk gewaardeerde - kwaliteitsaandelen voor het komende beursjaar? Beoordeelt u dan zelf of onze gids AANDELEN 2009 ook voor u interessant is: http://www.aandelen2009.com/
[LET OP: AANDELEN 2009 is slechts beschikbaar tot aanstaande DINSDAG (16 januari), 16:00 uur!]
© Kingfisher Capital, Braakstraat 22, 7581 EZ Losser, Nederland